Marijke-Folkert-Aan-het-werk,-Fanar-Abdullah.jpg
Home

annie mosterd

Annie Mosterd is al vele jaren lang vrijwilligster van VluchtelingenWerk Zeeland. Een aantal van haar veelkleurige ervaringen met asielzoekers heeft ze opgeschreven. Hieronder een selectie uit haar rijke vrijwilligersleven:

 Huwelijksfeest

We waren uitgenodigd, mijn man en ik, bij een Turkse familie. Een dochter ging trouwen en we zouden de vrijgezellenavond bijwonen. Samen gingen we dus naar het huis van de bruid. Daar zat het vol met vrouwen en het was een vrolijk gekwebbel. We kregen thee uit kleine glaasjes en er waren veel zoete koekjes en snoepjes. 

Hoewel mijn man niet bepaald eenkennig was en het gezelschap van vrouwen vaak hogelijk waardeerde, vond hij het na een poosje toch vreemd dat er geen andere mannen meer kwamen. En ja hoor, daar kwam het oudste zusje van de bruid al naar ons toe. Heel beleefd zei ze dat in dit huis het feest werd gevierd met de vrouwen. Een paar huizen verderop was het feest voor de mannen. Zou mijn man daar naar toe willen gaan, uiteraard als hij zijn thee op had, maar toch.... Natuurlijk is hij weggegaan, niet naar de mannen want daar kende hij niemand, maar naar huis. Ik bleef en had een heel fijne avond met veel zingen en dansen en lekker eten en drinken. Ontroerend was het moment dat de bruid tegenover haar moeder ging zitten en heel expliciet afscheid van haar nam en haar bedankte voor haar jeugd, in dit gezin doorgebracht. Immers vanaf morgen, als ze getrouwd was zou ze niet langer tot het gezin van haar moeder behoren, maar deel uit maken van de familie van haar man. Het was heel ontroerend en maakte diepe indruk op mij.

De volgende dag trouwde ze in de moskee en een paar dagen later in het stadhuis. Dat werd een groot feest, en bij feesten hoort nu eenmaal veel eten, dansen, zingen en plezier maken. De bruid droeg op haar trouwdag in de moskee traditionele kleding, maar in het stadhuis een witte trouwjapon. Die werd helemaal volgespeld met bankbiljetten, een aparte gewoonte die wij niet kennen. Geweldig om eens mee te maken.turkish wedding

 

 

 

 

 


Nederlandse les

Ik zou aan Turkse gastarbeiders Nederlandse les geven. Er hadden zich twee zusjes opgegeven. Weliswaar hadden ze hier op school gezeten en spraken ze prima Nederlands, ze wilden het toch nog eens een beetje laten bijschaven, zodat ze ook in het schrijven niet teveel fouten zouden maken. Vooraf waren we een beetje op de hoogte gebracht van de gewoonten van Turkse mensen, en van wat we wel en niet moesten doen.

Zo was het niet slim om mensen bij jou thuis te laten komen, want dan kon de afspraak nog wel eens worden vergeten. Verder gaf je eerst de man en daarna pas de vrouw een hand, enz., enz.

Op een goeie dag ging ik op weg en belde aan bij de familie. Mevrouw deed open en meneer stond iets verder in de gang. Prompt gaf ik mevrouw een hand en daarna meneer. Meteen werkte de situatie zo op mijn lachspieren, dat ik lachend zei: "O jee, ik doe het gelijk al verkeerd hier, ik had natuurlijk eerst u moeten groeten!" Iedereen moest vreselijk lachen en het was vanaf de eerste minuut een geweldig leuk lesgeven. Mevrouw wilde na een poosje ook meedoen aan de lessen. Ze was echter analfabeet. Als je je eigen taal niet kunt lezen en schrijven kun je geen andere taal leren. Bovendien was ze dyslectisch, dus dat was extra moeilijk. Ze is ermee gestopt.

Na de les dronken we thee uit de befaamde kleine glaasjes. De meisjes en ook de moeder gingen meteen handwerken, want er werd druk aan de uitzet van de meiden gewerkt: prachtig geborduurde lakens en slopen, mooie gehaakte kleedjes en ander kunstig handwerk. Al gauw raakten we over van alles en nog wat aan de praat, ook over de Koran, hun heilige boek. Op een keer ging de man zijn handen wassen en haalde voorzichtig van de bovenste plank van de kast de Koran, netjes in een mooie doek gewikkeld. De bovenste plank, want het boek is zo heilig, niets mag hoger liggen. Hij liet mij de Koran zien, de soera's en de indeling, maar in het Arabisch, dus onleesbaar voor mij. Vanaf die dag is mijn interesse in de islam gewekt. Ik heb er veel over gestudeerd en er respect voor gekregen, hoewel ik geen moslim ben geworden.


Kruiskade

Ze is vluchtelinge uit Ghana. Een vriend moet naar de rechtbank in Den Haag voor zijn asielprocedure.Ik begeleid hem en besluit met hem mee te gaan. Omdat er twee plaatsen over zijn in mijn auto, nemen we nog de vluchtelinge en een andere asielzoeker mee. Onderweg is het heel gezellig, ik vertel over de mooie provincie waar ik woon, rijd met ze langs de kust, ze genieten van de zee en de duinen en voor we het weten zijn we in Den Haag. Na de zitting laat ik hun de regeringsgebouwen zien, de Vijverberg, de Korte en de Lange Poten en we rijden naar Scheveningen. Daarna wordt het tijd om terug te gaan, want we moeten op tijd terug zijn. Eén van hen moet nog stempelen bij de Vreemdelingendienst. Richting Rotterdam dan maar weer. Onderweg vraagt de Ghanese of we even in Rotterdam langs een straat kunnen gaan, ze weet even niet welke, om shampoo te kopen. Onze shampoo, geschikt voor westerse haren, is dat niet voor haar kroeskoppie.

Dus zoeken we een parkeergarage op en lopen de richting uit die zij ons wijst.

Ineens lopen we op de Kruiskade. Veel winkels, veel donkere mensen en ...veel begroetingen over en weer. Omdat ik kennelijk bij hen hoor, deel ook ik in de vrolijke begroetingen. Er wordt zoals altijd veel gelachen. Maar...we schieten niet erg op door alle praatjes die gemaakt worden. Eindelijk hebben we de shampoo gevonden en snel zoeken we de auto weer op. Even waren ze in deze straat het haastige leven in Nederland vergeten en weer terug in het tempo van hun eigen bestaan. Dat werd dus met een stevig vaartje terug naar huis en naar het stempelkussen van de politie. Er werd veel gezongen, dat wel.


Het geschil opgelost

Ergens in een groot huis woonden vier Turken en vier Ghanezen, elk op een eigen verdieping, de laatsten boven. Op de tussenverdieping was de keuken, waar ze om de beurt gebruik van maakten op aparte tijden. Dat ging een tijdje goed. Tot op een dag...ruzie. Ik werd er bij geroepen om de boel te sussen. Dus in mijn middagpauze ik erop af.

Wat was er gebeurd? Volgens de Ghanezen hielden de Turken de keuken niet schoon, en omgekeerd vonden de Turken dat de Ghanezen viespeuken waren. Ik inspecteerde alle kastjes en pannen, maar ontdekte niet echt smerige dingen. Toch vond ook ik dat er een onbestemd luchtje in de keuken hing. Waar kwam dat nou vandaan?

Opeens hoorde ik geritsel achter het fornuis. Er bleek een papieren zak te staan, waar een levende kip al een aantal dagen inzat, uiteraard in zijn eigen vuil.

Ik vroeg wat die kip daar deed. De Ghanezen hadden hem gekocht, een paar dagen geleden, maar er nog niet toe gekomen om hem op te eten. In hun eigen land liepen ze het erf op, vingen een kip, slachtten hem en aten hem op, maar hier konden ze een paar dagen geleden zo'n beestje kopen, maar er was nog geen tijd om hem te slachten. Ik legde ze uit dat als de dierenbescherming hier achterkwam, ze er van langs zouden krijgen. Ik zei hun, dat nog deze dag de kip geslacht moest worden en dat ze zo in Nederland niet meer met dieren mochten omgaan. Nadat ze beterschap hadden beloofd, vertrok ik gauw weer naar mijn werk. 's Middags kwam mijn man langs bij mijn werk: "Ik ben even langs de Ghanezen gefietst en die hadden me toch een lekker soepje...!"

Gelukkig, dat probleem was ook weer opgelost...